Auteursrecht & Muziekonderwijs – Content en drager 2/2

Wat is het verschil tussen het kopiëren van een paar bladzijden uit een lesboek voor je leerling, het meegeven van een cd of het mailen van een mp3 van Hendrix als huiswerk, het delen van bestanden via Dropbox of Soundcloud, het embedden van een Spotify playlist of een YouTube video in je al dan niet afgeschermde lesomgeving etc.? Dergelijke vragen zullen in de komende weken op Mindnote.nl grondig worden bestudeerd in een nieuw dossier met gastbijdragen door professionals over het auteursrecht bij muziekonderwijs. Onder meer met advocaten Mark Jansen (Dirkzwager) en Evert van Gelderen (De Gier Stam), digitaal uitgever Timo Boezeman (Bruna) en ondernemer Jeroen Bouman (Online Muziekschool).

Advocaat Mark Jansen (Dirkzwager) bijt het spits af over Content en drager (lees hier de andere onderwerpen). Eerder stond hij al stil bij enkele essentiële aspecten van het auteursrecht in het algemeen. Vandaag zal hij verder ingaan op de regel van de uitputting en op de vraag of het embedden van muziek een nieuwe openbaarmaking is.

Diverse uitzonderingen op rechten rechthebbende

Het auteursrecht geeft de rechthebbende op een werk dus verstrekkende rechten. Op deze rechten bestaan wel enkele uitzonderingen (zoals die voor privékopieën en gebruik in onderwijs), maar deze zal ik in deze bijdrage verder niet behandelen. Deze komen namelijk in de volgende bijdrage van Evert van Gelderen aan de orde.

Uitputtingsrecht: geen verbod verdere verhandeling

Er is één uitzondering die in het kader van dit artikel over “content versus drager” wel behandeld wordt en dat is de regel van de uitputting.

We zagen hiervoor dat het openbaarmakingsrecht zeer ruim geformuleerd is: de auteursrechthebbende is de enige die het werk voor het publiek toegankelijk mag maken. Strikt kijkend naar die definitie van de wet zou een auteursrechthebbende dus zelfs kunnen verhinderen dat je een drager (zoals een CD) met daarop een auteursrechtelijk beschermd werk weer verder verkoopt of uitleent aan een vriend of bekende. De auteursrechthebbende heeft namelijk het recht te beslissen over de distributie van het werk. Dat vond de wetgever voor al verkochte werken toch wat al te gortig.

Vandaar dat in artikel 12B de uitputtingsregel staat geformuleerd. Dat wil zeggen dat wanneer je in de Europese Economische Ruimte (EER) een legaal exemplaar hebt gekocht van bijvoorbeeld een boek met een lesmethode of een cd met muziekopnames, je niet door de auteursrechthebbende kunt worden tegengehouden wanneer je dat legale exemplaar weer doorverkoopt of aan een vriend uitleent. Let op: deze uitputtingsregel geldt niet voor de commerciële verhuur en ook niet voor het uitlenen aan door voor het publiek toegankelijke instellingen (zoals bibliotheken). Voor verhuur en voor uitlening door bibliotheken zal alsnog toestemming van de auteursrechthebbende moeten worden verkregen. Daarvoor zijn ook weer regels, die ik verder hier buiten beschouwing laat.

Een ander belangrijk aandachtspunt bij uitputting is dat alleen het recht om verdere verhandeling van een fysiek exemplaar tegen te gaan is uitgeput. De auteursrechthebbende blijft als enige bevoegd om alle andere handelingen te verrichten die vallen onder de begrippen openbaar maken en verveelvoudigen. Het maken van een kopie van die lesmethode of die cd is dan ook een inbreukmakende handeling en is alleen toegestaan wanneer dit gebeurt met toestemming van de auteursrechthebbende of wanneer dit valt onder een uitzondering genoemd in de Auteurswet. Die uitzonderingen zijn allemaal streng geformuleerd. Hier zal Evert van Gelderen in zijn gastbijdrage nader op ingaan.

Embedden van muziek nieuwe openbaarmaking?

We zagen hiervoor dat het recht van de auteursrechthebbende om te controleren hoe zijn werken worden geëxploiteerd raakt “uitgeput” voor die fysieke exemplaren die hij zelf in de EER op de markt heeft gebracht. Dankzij de steeds verder oprukkende digitalisering is die regel van uitputting echter steeds minder relevant. Steeds vaker worden digitale werken niet op een fysieke drager verspreid, maar bijvoorbeeld als download of ‘embedded’ (ingesloten) in een website. Voor werken die op die manier worden verspreid is van “uitputting” van rechten geen sprake; de rechthebbende blijft dus de controle houden over (de verspreiding van) zijn werk.

Dat verklaart ook de discussie die zo af en toe weer oplaait over het embedden van werken die op een website staan in een andere website. Veel rechthebbenden stellen dat bij het embedden van een werk sprake is van een nieuwe openbaarmaking (en dus van inbreuk op hun auteursrecht). Daar is ook best wat voor te zegen. Met het embedden van een filmpje wordt dat filmpje namelijk voor een nieuw publiek toegankelijk (het publiek van de website die het filmpje insluit). Dit terwijl één van de uitgangspunten van het auteursrecht is dat de rechthebbende mag beslissen welk publiek met zijn werk wordt bereikt. Dat uitgangspunt zou volgens deze mensen in een online omgeving niet anders moeten worden benaderd dan in een offline omgeving.

Websitehouders die filmpjes insluiten op hun website verweren zich vaak met de stelling dat zij niets anders doen dan een hyperlink (verwijzing) plaatsen naar wat elders op Internet te vinden is (en hyperlinken mag). Bovendien is aan een ingesloten filmpje vaak goed te zien dat het afkomstig is van een derde en zal het publiek dus heel goed begrijpen dat de websitehouder die het filmpje insluit niet degene is die het filmpje openbaar maakt. Ook wijzen deze websitehouders er vaak op dat het ingesloten filmpje in technische zin wordt aangeboden door de server waarop dat filmpje staat en niet door de server waarop de website staat die het filmpje insluit.

Welke van de twee kampen hierin gelijk krijgt, is nog onzeker. Er is een arrest van een Gerechtshof waarin is overwogen dat embedden een openbaarmaking zou zijn, maar dat is een overweging die voor die betreffende zaak helemaal niet relevant is en waarvan veel mensen zich dus ook afvragen waarom deze in het arrest is opgenomen. Verder is er een heel recente uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin juist staat dat van openbaarmaking geen sprake is als naar een andere server wordt verwezen (maar die zaak ging weer niet over embedden). In antwoord op Kamervragen antwoordde staatssecretaris Teeven onlangs nog dat er geen duidelijkheid bestaat om embedden nu wel of niet moet worden gezien als een openbaarmaking.

Hoe dan ook: het aardige voor juristen die zich met auteursrecht bezighouden is dat deze discussie over embedden in feite hele fundamentele begrippen van het auteursrecht raakt. Nu steeds meer werken, juist dankzij de steeds verder oprukkende digitalisering, online worden geëxploiteerd is het steeds waarschijnlijker dat er de komende jaren vanzelf juridische duidelijkheid komt of het embedden van filmpjes, muziek of boeken nu wel of niet moet worden gezien als een nieuwe openbaarmaking (en dus als een auteursrechtinbreuk).

Conclusie 

Het auteursrecht geeft de maker van een werk verstrekkende bevoegdheden. Alle bevoegdheden met betrekking tot de exploitatie van een werk komen toe exclusief aan de rechthebbende (behoudens de uitzonderingen uit de Auteurswet).

Wie een legaal fysiek exemplaar met daarop een auteursrechtelijk beschermd werk in zijn bezit heeft, kan dankzij de regel van de “uitputting” niet worden tegengehouden dat exemplaar door te verkopen of uit te lenen aan vrienden of familie. De andere bevoegdheden van de auteursrechthebbende zijn echter niet “uitgeput” zodra je een product (zoals een CD) koopt. Dat betekent bijvoorbeeld dat het maken van een kopie van die CD alleen mag met toestemming van de auteursrechthebbende of wanneer dit valt onder een uitzondering uit de Auteurswet (daarover meer in de volgende gastbijdrage).

Nu steeds meer werken niet langer op dragers maar op digitale wijze worden verspreid (zoals embedded filmpjes), doet de uitzondering van de uitputting zich bovendien steeds minder vaak voor.

Embedden valt in ieder geval zeker niet onder de uitzondering van de “uitputting”. Of het embedden van films, muziek of boeken op zichzelf een openbaarmaking (en dus auteursrechtinbreuk) is, is echter ook niet helemaal zeker. Dit zal de komende jaren waarschijnlijk duidelijker worden.

Morgen gaat Evert van Gelderen en Elise Menkhorst  (De Gier Stam) verder in op het onderwerp Privé, lesomgeving en openbaar.

1 antwoord

Trackbacks & Pingbacks

  1. […] Presentaties/Workshops « Auteursrecht & Muziekonderwijs – Content en drager 2/2 […]

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Laat een antwoord achter aan Auteursrecht & Muziekonderwijs – Privé, lesomgeving of openbaar? Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *