Muziekeducatie en doceren: ontwerpmodellen en leeromgevingen

In mijn masterscriptie Gitaarles 2.0 onderzocht ik de gevolgen van Web 2.0-ontwikkelingen bij gitaareducatie. Voordat ik dieper inging op de verschillende technologische ontwikkelingen, vond ik het belangrijk eerst even stil te staan bij de manier waarop een docent of student naar muziek kijkt, oftewel wat is iemands ‘Perspectief op muziek‘? Daarnaast vond ik het essentieel om ook de betekenis van leren ook in kaart te brengen. In deze enigszins taaie blogpost herpubliceer ik paragraaf 1.2 van mijn scriptie over doceren.

In deze paragraaf zal een drietal kerninzichten op het gebied van leren worden besproken. Deze gaan namelijk vooraf aan de inzichten over doceren. Aan de hand daarvan worden leeromgevingen ontworpen met vooraf opgestelde leerdoelen en leerinhoud. Deze blijken onderhevig aan de invloed van verschillende beleidsniveaus, de competenties van docenten en de manieren waarop zij ‘ontwerpen’.

Op het gebied van denken over leren en doceren zijn er drie epistemologische kerninzichten te onderscheiden: (Bh) behaviorisme, (Cg) cognitivisme, (Cs) constructivisme. Enig begrip van deze drie basisperspectieven is van belang om inzicht te krijgen in de implicaties van online gitaareducatie.

Wanneer een gitarist bijvoorbeeld een nieuw nummer of een bepaalde speltechniek leert van de andere gitarist uit zijn band, dan kan de invloed van dergelijk uitwendig waarneembaar gedrag aangeduid worden met het behaviorisme. Tot halverwege de jaren vijftig van de vorig eeuw werd leren in de VS op die manier gezien; als ‘een blijvende verandering in gedrag als gevolg van een reactie van de lerende op gebeurtenissen in zijn of haar omgeving.’ Doordat er in de jaren zestig de computer als model voor de werking van het brein werd gezien, werd de aandacht van onderzoekers verlegd van waarneembaar gedrag naar interne, mentale processen, het verwerven van kennis, vaardigheden en houdingen. Hierbij stonden niet meer de prikkels uit de omgeving centraal, maar de verwerking van symbolische informatie door inwendige cognitieve processen. Bij een dergelijk cognitief perspectief ligt voor een gitaardocent de nadruk bijvoorbeeld op repertoire- en theoriekennis. Dus eerst iets leren inzien en daarna pas doen. Door de toegenomen communicatie in de jaren zeventig ontstonden tussen onderzoekers in Europa en de Verenigde Staten gemeenschappelijke opvattingen over leren. Allen wezen op het sociaal en cultureel gebonden karakter (situated cognition), het belang van samenwerking tussen leerlingen en de nadruk op de actieve en constructieve aard van het leren en denken. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan twee gitaristen die hun held op een podium een bepaalde handeling zien verrichten en deze bij thuiskomst proberen uit te zoeken en elkaar te leren.

Deze drie perspectieven over leren, spiegelen zich aan de inzichten over doceren. De beslissingen die gemaakt moeten worden over procedures, methoden en voorschriften voor het realiseren van efficiënt, effectief, productief en goed onderwijs heet ‘ontwerpen’. De ontwerpmodellen van het behaviorisme, cognitivisme en constructivisme beslissen over de manier waarop leermethoden, onderwijsmateriaal, curricula, toetsen en dergelijke worden ontworpen. In vele domeinen van onze cultuur wordt ontworpen, bijvoorbeeld in de architectuur en de toegepaste wetenschappen.

Bij het ontwerpen op het gebied van het onderwijs spelen de verschillende leeromgevingen, het onderwijsbeleid en de basiskennis en competenties van docenten een belangrijke rol. Met de komst van online gitaareducatie ontstaan nieuwe leeromgevingen vaak buiten allerlei beleidsregels om, waarbij de basiskennis en competenties van de docenten enorm kunnen verschillen of onduidelijk zijn. Ter afronding van dit hoofdstuk zullen deze facetten van educatie nog kort worden besproken om vervolgens in het tweede hoofdstuk te kunnen kijken naar de invloed die nieuwe technologieën op deze punten hebben.

Leeromgevingen zijn een combinatie van doceren en leeractiviteiten. Ze worden mede bepaald door de leerdoelen en leerinhouden die hierbij worden opgesteld. Bij leerdoelen worden beslissingen genomen over de overdracht van verschillende soorten kennis, cognitieve strategieën en affectieve eigenschappen. Bij leerinhouden gaat het om de structuur en het ordenen van kennisdomeinen. De verschillende leeromgevingen, die door deze doelen en inhouden ontstaan, zijn onder te verdelen in informatie-, interactie-, en doe-omgevingen. Bij informatieomgevingen gaat het traditionele onderwijs van het eenzijdig presenteren en delen van informatie. Doceren is slechts een vorm van het aanbieden van informatie. Een goede structuur is hierbij erg belangrijk. Bij interactieomgevingen draait het om het samenwerkend leren. Groepswerk vereist bij de leerling bijvoorbeeld bepaalde kennis en vaardigheden voor een succesvolle ‘uitvoering’ en bepaalde (meta)cognitieve vaardigheden voor het realiseren van een ‘taak’. Doeomgevingen, tot slot, laten zien dat leeromgevingen niet alleen maar kennis of inzichten vereisen, maar dat ook (cognitieve, manuele of motorische) vaardigheden moeten worden aangeleerd. Hierbij zijn zelfstandige doeactiviteiten gekoppeld aan feedback. De verschillende eigenschappen van deze drie leeromgevingen – presenteren van informatie, samenwerkend leren en motorische vaardigheden – lijken bij een online gitaareducatieomgeving allemaal samen te komen. Ook op beleidsniveau lijkt online educatie diverse grenzen te overschrijden.

Het onderwijsbeleid op macro-, meso- en microniveau hebben ook allemaal zo hun eigen doelen, kenmerken, contexten, etc. Centrale instanties stellen landelijke leerplannen op, scholengemeenschappen hebben weer hun eigen schoolplan met al dan niet een religieuze visie en docenten hebben ook weer hun eigen leeromgevingen. Hierbij staat steeds het proces van het ontwerpen centraal om zo goed onderwijs te kunnen realiseren. Beslissingen over procedures, methoden, voorschriften en hulpmiddelen worden hierbij steeds vanuit een behavioristisch, cognitief of constructivistisch perspectief genomen of vanuit een meer integrale visie met een combinatie van referentiekaders.

Het ontwerpen van online gitaareducatieomgevingen kan ook vanuit verschillende visies worden bekeken en op allerlei ontwerpeigenschappen worden beoordeeld. De volgende keer zullen diverse technologische ontwikkelingen, die hier hun invloed op uitoefenen, worden besproken.

Geen zin om te wachten? Lees dan hier mijn volledige masterscriptie Gitaarles 2.0.

1 antwoord

Trackbacks & Pingbacks

  1. […] De presentatie/demostratie zal onderverdeeld zijn in verschillende onderwerpen. Allereerst vind ik het van belang even te kijken welk perspectief op muziek een docent en zijn of haar muziekschool heeft, maar ook om kort stil te staan bij de veranderende manieren van leren van de student en de verschillende manieren van doceren van de docent. […]

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *