Gitaarles 2.0. Over Web 2.0-ontwikkelingen bij gitaareducatie (MA-scriptie)


Ter inleiding van het dossier over ‘Muziekeducatie’, begin ik de serie met de inleiding en de conclusies van mijn scriptie ‘Gitaarles 2.0. Over Web 2.0-ontwikkelingen bij gitaareducatie’. Deze schreef ik in 2009 bij de Universiteit Utrecht voor de master Nieuwe Media en Digitale Cultuur.


Inleiding


Onderwijs is georganiseerde en geprofessionaliseerde socialisatie. Onder socialisatie verstaan we het proces van ‘inlijven’ van nieuwkomers in groepsverband. Dat kan zijn binnen een samenleving, een gezin, een school, een bedrijf, et cetera. Georganiseerd betekent dat het systematisch gebeurt en geprofessionaliseerd wil zeggen dat het door professionals wordt uitgevoerd. Niet alle socialisatie is systematisch en professioneel.


Met de opkomst van digitale technologieën in het onderwijs, lijken we getuige van een complete paradigmaverandering. Er is niet alleen een ‘digitale taal’ ontstaan, ook krijgen 21e-eeuwse studenten steeds vaker meerdere carrières. Studenten blijken vaak niet voldoende te hebben aan enkel de educatie van hun school van tien jaar daarvoor om in de huidige interdisciplinaire teamverbanden te kunnen werken. Het belang en nut van nieuwe technologie bij de veranderingen in het onderwijs, kan hierbij niet worden onderschat.


Studenten zullen nieuwe vaardigheden moeten oppikken buiten de huidige traditionele educatieve instituties. In algemene zin doen scholen tegenwoordig nog hun best om leerlingen de zogenaamde hard skills zoals wiskunde, geletterdheid en aardrijkskunde aan te leren, terwijl zij minder aandacht besteden aan de soft skills zoals problemen oplossen, communicatie en werken in groepen etc. Steeds meer banen vereisen daarentegen dergelijke soft skills en de hard skills blijken voor de diverse managementtaken op de moderne werkvloer vaak ontoereikend.


Muziekeducatie kan bijdragen aan de broodnodige veranderingen in de educatie en de samenleving in zijn algemeenheid. Muziekeducatie is namelijk een microkosmos van educatie, meent muziekeducatie wetenschapper Estelle Jorgensen. De kunsten worden namelijk al sinds vroeger tijden gezien als belangrijke ingrediënten van het culturele leven, waarbij educatie een fundamentele rol vervult in de transformatie van cultuur.


De introductie van nieuwe technologieën heeft al decennia zijn weerslag gehad op de manier waarop muzikanten muziek maken en logischerwijs daardoor ook op de educatie van muziek. De opkomst van digitale genetwerkte technologieën lijkt de muziekeducatie op nog niet eerder vertoonde schaal te veranderen. Door zogenaamde Web 2.0-ontwikkelingen is het onderscheid tussen muzikant en toehoorder, muziekdocent en –student en zelfs mediaproducent en mediaconsument in een rap tempo aan het verdwijnen. Dit heeft niet alleen gevolgen voor hen, maar ook voor de algehele interactie tussen de muziekeducatie en populaire (muziek)cultuur.


Het indringende karakter van nieuwe technologieën in de muziekcultuur, geeft daarnaast blijk van de belangrijke rol van populaire cultuur in onze kapitalistische samenleving. Jurist Yochai Benkler beschrijft in zijn boek The Wealth of Networks deze digitale genetwerkte informatiesamenleving, waarbij sociale productie onze economie en samenleving verandert en ons tevens nieuwe vrijheden biedt.


De essentie van deze veranderende grenzen tussen mediaproducenten en mediaconsumenten wordt inzichtelijk beschreven door mediatheoreticus Henry Jenkins wanneer hij de huidige convergente cultuur beschrijft als nieuwe en oude media – grassroots en corporate media – die met elkaar botsen. Deze spanningen tussen de conventionele commodificatie en de groeiende sociale productie van muziek, kunnen beter begrepen worden aan de hand van de theorieën van politieke economie.


Deze spanningen en nieuwe vrijheden, die de opkomst van digitale technologie ook op het gebied van muziekeducatie hebben veroorzaakt, zullen in deze scriptie centraal staan. Vanwege persoonlijke interesse zal de huidige online gitaareducatie – ‘gitaarles 2.0’ – kritisch worden geanalyseerd.


De hoofdvraag in deze scriptie luidt als volgt.


Op welke manier spelen digitale genetwerkte technologieën een rol bij de transformatie van gitaareducatie?


Deze vraag zal in vier hoofdstukken worden beantwoord aan de hand van de volgende deelvragen. 1. Welke educatieve aspecten van gitaareducatie zijn onderhevig aan de opkomst van digitale genetwerkte technologieën? 2. Op welke manier zijn technologische vernieuwingen van invloed op gitaareducatie? 3. Hoe beïnvloedt de opkomst van sociale productie in online netwerken van studenten en docenten de gitaareducatie? 4. Welke educatieve, organisatorische, politiek-economische en muziekculturele implicaties zijn er door opkomst van digitale genetwerkte technologie voor gitaareducatie?


Het eerste hoofdstuk begint met enkele cultuurfilosofische, educatieve en mediatheoretische perspectieven op muziek, musiceren en welke kennis nu bij muziekeducatie wordt overgebracht. In de tweede paragraaf staat de receptie van de leerling centraal en komen een aantal cognitieve processen aan bod waarop deze kennis tot de leerling komt. In de derde paragraaf wordt besproken hoe de docent en vanuit welke perspectief en leeromgeving deze kennis aan de student overbrengen. Deze perspectieven en processen dragen bij aan algemene educatieve inzichten over gitaareducatie welke onderhevig blijken aan de opkomst van digitale genetwerkte technologieën.


In het tweede hoofdstuk zullen deze veranderingen voor muziekeducatie door de opkomst van nieuwe technologieën worden beschreven aan de hand van historische, politiek economische en mediatheoretische inzichten. De gevolgen van nieuwe technologieën voor de muzikant en de luisteraar alsmede de vervagende grenzen tussen mediaproducenten en –consumenten, zullen worden besproken in de context van een veranderende muziekcultuur. Eerst staat de zijde van de muzikanten centraal, vervolgens de consumenten en in de laatste paragraaf de groeiende overlap tussen beiden.


In het derde hoofdstuk zal deze groeiende genetwerkte participatie bij online gitaareducatie in kaart worden gebracht aan de hand van enkele voorbeelden en theorieën van informatiewetenschappen en mediawetenschappen. Verschillende tabulatuurwebsites en videosites worden besproken en diverse andere actoren op het gebied van online gitaareducatie zullen in breed kader van nieuwe mediaculturele ontwikkelingen worden besproken.


In het laatste hoofdstuk zal getracht worden een totaalbeeld te schetsen van diverse maatschappelijke, politiek economische en educatieve implicaties om aan de hand daarvan  tot enkele concluderende opmerkingen te komen.


Door middel van onderstaande illustratie en de kleine varianten daarop door de hoofdstukken heen, zijn de besproken thema’s visueel inzichtelijk gemaakt. Uiteraard is niet geprobeerd een alomvattend model te creëren, maar geven de illustraties slechts de verschillende besproken onderwerpen weer. Binnen de grote domeinen van muziek en muziekeducatie spelen zich diverse activiteiten af. De op het eerste gezicht meer ‘actieve’ handelingen zoals doceren en musiceren overlappen meer ‘passieve’ handelingen zoals leren en luisteren. Op de achtergrond spelen diverse technologische en educatieve transformaties die hierop van invloed zijn en uiteindelijk lijdt tot prosumerende online muziekeducatie.

 

 

 

4 Implicaties en conclusies


De voorgaande hoofdstukken illustreren op welke manier technologisering en digitalisering bijdragen aan diverse veranderingen in de gitaareducatie. Brown merkt vier algemene veranderingen in de cybercultuur op zoals de (A) meer informatienavigerende geletterdheid, een (B) meer onderzoekende leerstijl, (C) creatievere manieren van redeneren en een (D) meer proberende handelingshouding. Voorbeelden van verschillende combinaties van leeromgevingen (informatie-, interactie en doe-omgevingen) illustreren nieuwe gitaareducatieve mogelijkheden zoals bijvoorbeeld de eenvoud om tabulatuur of video’s te maken en deze via genetwerkte computers mondiaal te delen. Grenzen tussen grote muziekuitgevers en kleine privé-docenten vervagen en het accent lijkt meer te verschuiven naar de beschikbaarheid en kwaliteit van educatief materiaal. Hierbij zal rekening gehouden moeten worden met de verschillende perspectieven op muziek (I-VII) en educatie (Bh, Cs, Cg of een combinatie) van de docent en daarnaast met meer algemene zaken zoals het onderwijsbeleid op de diverse niveaus.


De implicaties die al deze ontwikkelingen opleveren zijn op bepaalde momenten in deze scriptie al aangestipt, maar geven nog geen bevredigend totaalbeeld. In dit laatste hoofdstuk zal op maatschappelijk, politiek-economisch en educatief vlak nog wat uitgebreider gekeken geworden naar de betekenissen van deze ontwikkelingen voor de gitaardocent en -student en de muziekindustrie. Allereerst wordt gekeken naar de rol die technologisering en digitalisering bij gitaareducatie heeft gespeeld op het gebied van vrijheden en mogelijkheden voor de gitarist en de muziekindustrie. Hiermee hangt de beschrijving van de economische machtsbelangen en auteursrechtelijke aspecten, die logischerwijs opdoemen, samen. Tot slot lijken enkele educatieve implicaties overeenkomsten te vertonen met het spelen van videogames.


4.1 Maatschappelijke implicaties


Dat de gitarist en de gitaareducatie door diverse factoren worden beïnvloed is uit de vorige hoofdstukken wel gebleken. Interessant om nog bij stil te staan zijn enkele  maatschappelijke gevolgen die deze ontwikkelingen met zich mee brengen. Door de professionalisering van de communicatie hebben nieuwe sociale bewegingen de afgelopen jaren een grotere bekendheid gekregen in de publieke sfeer. Deze eisen volgens de Spaanse communicatiewetenschapper Txema Ramírez de la Piscina ook allemaal zo hun positie in de media op.


The media is an extremely important part of their particular battleground. Social movements demand democratic access to the media in order to be on even ground with the rest of the news sources. And if they are denied this right, which is what usually happens, they immediately set out to conquer it because they believe that the public sphere belongs to them as well.


Anders dan bij de in 2.3 besproken materiële en symbolische ruimte die jongeren volgens Ter Bogt opeisen, menen sociale groepen het recht te hebben op de profilering van hun eigen identiteit. Deze nieuwe sociale bewegingen hebben met het internet hiervoor het perfecte platform gevonden, waarbij participatiejournalistiek hun natuurlijke bondgenoot is. Door de participatie kan onafhankelijke,  accurate en relevante informatie zo veel mogelijk mensen worden aangeboden. Tabulatuurfora en videosites illustreren diverse nieuwe mogelijkheden voor de sociale groep: ‘de gitaristen’. Wanneer een gitarist van mening is dat een bepaalde solo op zijn of haar manier gespeeld dient te worden, dan kan hij of zij dit eenvoudig wereldkundig maken door zelf een tabulatuur of video te plaatsen op een eigen site, een participatiesite of er voor kiezen een al geplaatste tabulatuur of video te bekritiseren.


Dergelijk participeren op deze fora en videosites is illustratief voor meer algemene manieren waarop individuen tegenwoordig kunnen interageren binnen een democratie. Volgens jurist Yochai Benkler laat dit onder andere de manier zien waarop zij hun rol als burger ervaren. Zij laten zich niet alleen informeren door wat anderen zeggen, maar geven ook hun eigen mening en zijn hierdoor volgens hem ideale burgers.


They need not be limited to reading the opinions of opinion makers and judging them in private discussions. They are no longer constrained to occupy the role of mere readers, viewers, and listeners. They can be, instead, participants in a conversation. Practices that begin to take advantage of these new capabilities shift the locus of content creation from the few professional journalists trolling society for issues and observations, to the people who make up that society.


Doordat het voor bijna iedere gitarist met een computer met internetverbinding mogelijk is geworden wereldwijd transcripties te publiceren en zo te participeren in een online lesomgeving, werken deze nieuwe technologieën democratiserend. Ramírez de la Piscina spreekt met de woorden van Boaventura de Sousa Santos dat deze nieuwe sociale bewegingen als een synthese van subjectiviteit, burgerschap en emancipatie te zien zijn. De elektronische sociale omgeving die is ontstaan door nieuwe technologieën, onderscheidt zich duidelijk van twee eerdere fasen van communicatieomgevingen. In de eerste ‘natuuromgeving’ vond de communicatie voornamelijk plaats in agrarische en rurale omgevingen en bij de tweede ‘stadsomgeving’ domineerde het debat in de industriële wereld. De huidige sociale transformatie, die door de invloed van nieuwe technologieën in ons dagelijks leven zichtbaar is geworden, beschrijft zij als een zogenaamde third communication environment.


The fusion between new technologies and new social movements brings about the birth of the third communication environment, a hybrid space where things of the dominating culture mix with others from the underground environment. Alternative communication finds in this fusion the possibility of overcoming marginality, accessing massive audiences.


Waar Jenkins spreekt over het ‘botsen’ van oude en nieuwe media ziet Ramírez de la Piscina hier alternatieven voor communicatie. De genetwerkte technologie doorbreekt hiermee de hegemonie van de traditionele machthebbende muziekindustrie (PGE), door de huidige individuele gitarist (IL) de macht en eenvoud te bieden om andere gitaristen (MML) te vinden. Het maakt dan niet uit dat dit meestal vage (on)bekenden zijn. Juist deze contacten kunnen vaak veel opleveren meende socioloog Mark Granovetter al in 1973. Hij ontdekte toen dat voor het vinden van een nieuwe baan, het verkrijgen van nieuws of het verspreiden van geruchten de zogenaamde ‘zwakke schakels’ belangrijk waren. Veel van onze beste vrienden zijn vaak ook bevriend met elkaar maar hebben juist ook net weer een aantal andere contacten. Juist die zwakke schakels in een kennissennetwerk spelen een belangrijke rol in sociale activiteiten. Allerlei gitaristen op tabfora vervullen nu eenzelfde rol als zwakke schakel en helpen zo mee aan het bouwen van een omvangrijk democratisch netwerk van gitaareducatie.


4.2 Politiek-economische implicaties


The Internet has changed the world of commerce. The retail business has been transformed by the unlimited shelf space the Internet offers. Bookstores, for example, can physically carry a limited number of titles—even a giant bookstore such as Barnes and Noble can carry only about 130,000 titles. To make scarce shelf space pay off, bookstores must decide which titles will turn over fast enough to make carrying them profitable. Book sales tend to follow the 80/20 rule, which says that 20 percent of the books generate 80 percent of the profit.


Deze gouden 80/20-regel in de economie lijkt onder de huidige genetwerkte informatie economie niet meer houdbaar. Momenteel heerst de gedachte dat het Internet ongekende mogelijkheden biedt om een groter publiek te bereiken. Onbekende en vroeger onbereikbare nichemarkten, zoals tabulatuur van obscure nummers, kunnen door middel van de technologisering en digitalisering steeds eenvoudiger worden bediend. Dit heeft tot ongewenste effecten geleid voor de machthebbers van de pre-interneteconomie. Het delen van auteursrechtelijk beschermd materiaal is zo eenvoudig geworden dat piraterij en parodiëren op grote schaal mogelijk is geworden.


Hybridization, blending, collage, and mixing are the destiny of our day and age. Paradoxes are sprouting up everywhere. Elements of the dominating culture mix others from the underground culture, causing effects that where not planned nor desired by the power structures.


Hoofdredacteur Chris Anderson van het toonaangevende mediamagazine Wired beschreef deze nieuwe genetwerkte economie en de komst van bedrijven zoals Amazone en Google, die de ingrediënten van deze nieuwe economie lijken te begrijpen. Hij observeerde een zogenaamde ‘Long Tail’. Bedrijven hebben tegenwoordig de mogelijkheid om alles wat ze verkopen beschikbaar te maken en dit door middel van digitale zoekmachines ook gemakkelijk vindbaar te maken. Dit resulteert in lagere opslagkosten en sommige bedrijven kunnen door digitale productiemethoden zelfs een virtuele voorraad bijhouden. Zo kan Amazone bijvoorbeeld tabulatuurboeken aanbieden en pas na de daadwerkelijke online verkoop de opdracht geven het te laten printen. Hierdoor is geen schapruimte meer nodig voor de boeken, maar slechts verwaarloosbare ruimte op een harde schijf. Doordat de participerende gitaristen ook nog grotendeels deze boeken zelf kunnen aanprijzen met eigen recensies, kunnen bedrijven gebruik maken van het zogenaamde crowdsourcing; efficiënt gebruik van de kennis van de menigte (wisdom of the crowd). Hierdoor hoeven ze niet meer ouderwets te voorspellen wat ze verkopen, maar kunnen ze praktisch kosteloos steeds meer keus bieden en de markt zelf de vraag laten bepalen. Daarnaast besparen zij veel reclamekosten en hebben ze potentieel een mondiaal bereik.


De grote muziekuitgevers van gitaareducatie lopen op dit gebied nog enigszins achter en maken nog maar nauwelijks gebruik van deze Long Tail economieprincipes. Zij maken nog grote bezwaren tegen tabulatuursites (van voornamelijk NPGE) aangezien zij hierdoor veel inkomsten menen mis te lopen. Uiteraard kunnen de PGE niet volledig zijn in hun aanbod van officiële tabulatuur – omdat het transcriberen van het werk van iedere band onbegonnen en kostbaar werk is -, maar het potentieel van de nieuwe economie wordt door hen nog grotendeels niet ingezien.


Rechtenpromovendus Tara Lynn Waters komt met een interessant alternatief in de lijn van Anderson’s gedachten dat ze iTab noemt. Doordat de muziekindustrie het maken van tabulatuur te kostbaar vindt, moet deze juist de kansen grijpen om de online tabulatuurgemeenschap van individuele gitaristen bereid te vinden tot een opensource-achtig project. Hier kunnen dan individuen worden geautoriseerd om gezamenlijk aan een officiëel, accuraat en begrijpelijk digitaal tabulatuur archief te werken. Het project zou dan een betaalsysteem kunnen krijgen, waarbij per nummer betaald wordt of met een abonnementssysteem voor toegang tot het archief.


Hobbyists, part-timers, and dabbles suddenly have a market for their efforts, as smart companies in industries as disparate as pharmaceutical and television discover ways to tap the latent talent of the crowd. The labor isn’t always free, but it costs a lot less than paying traditional employees. It’s not outsourcing; it’s crowdsourcing.


Antropoloog en musicus Georgina Born meent zelfs dat juist het proces van het creëren van muziek beter verloopt door samen te werken. Digitale muziekmedia vervullen hierbij een belangrijke rol zoals bijvoorbeeld de invloed van niet-muzikanten:


Digital music media both extend these potentials and afford entirely new modes of collaborative authorship. Through their capacity to ‘decompose’ aural and visual objects into basic binary representations, digital media re-open creative agency. …/… digitized music, distributed via MP3s, CDs and the internet, is continually, immanently open to re-creation.


Born introduceert voor dit proces de term: relayed creativity. Deze gedachte biedt een vergelijkbaar interessant perspectief op de tabulatuursites. De individueel uitgeschreven tabulatuur wordt op dergelijke sites namelijk collectief gejureerd. Deze creatieve manier van collectief educatief materaal ontwikkelen als een ‘new mode of collaborative authorship’, valt wellicht eveneens te bezien als relayed creativity. Dit vereist echter een nieuwe manier van denken over auteursrechtelijk beschermd materiaal. Het debat over intellectueel eigendom bij gitaareducatie ligt verder buiten de doelstelling van deze scriptie en enkele korte noties hierover zullen volstaan.


De belangen bij de inkomstenderving van auteursrechtelijk beschermd materiaal tussen de artiest en de industrie zijn in de loop der eeuw ver uit elkaar gedreven. De huidige wetgeving voorziet individuen vaak niet in hun recht om te kunnen besluiten wat zij met hun eigendom doen. Het lastige aan deze kwestie is dat de wetgeving hierover erg gedateerd is (1912) en ook bepaalde invloeden moeilijk, zoniet onmogelijk, te controleren of te kanaliseren zijn. Massale collectieve handelingen op bijvoorbeeld gitaarfora maken het op dit moment en waarschijnlijk ook in de toekomst praktisch ondoenlijk deze te regulieren.


Like architects’ buildings, the Web’s architecture is the product of two equally important layers: code and collective human actions taking advantage of the code. The first can be regulated by courts, governments, and companies alike. The second, however, cannot be shaped by any single user of institution, because the Web has no central design – it is self-organized.


Naast de lobbies van de muziekindustrie om hun economische belangen te beschermen, ontstaan er inmiddels ook tegengeluiden voor de Long Tail belofte. “So, while we do see a tail that is long, it is also extremely skinny.  The bulk of the business is not in this tail, but instead up near the head, perhaps focused upon an increasingly small bundle of hits. Jurist Lawrence Lessig blijft, net als Benkler, hoopvol gestemd ten aanzien van de keuze waar we nu voor staan om de informatiesamenleving vrij of ‘feudaal’ te maken. Hij benadrukt dat een steunbetuiging aan een vrije cultuur op zich geen afwijzing van het copyright hoeft te betekenen. Bepaalde goederen in het publieke domein moeten de mogelijkheid krijgen rechtenvrij te kunnen worden gedeeld als vrije cultuur.


4.3 Educatieve implicaties


De technologische ontwikkelingen op het gebied van gitaareducatie hebben niet alleen geleid tot grotere spanningen met de muziekindustrie, maar ook tot grotere vrijheden voor individuele docenten en studenten. Op educatief vlak blijkt online gitaareducatie de kennis van en de cognitieve processen bij de muzikale praktijken van een student enorm te veranderen. In deze paragraaf zal nog uitgebreider worden gekeken naar de betekenissen van en meer specifieke manieren waarop deze veranderingen plaatsvinden.


The demand-pull approach embeds students in a rich (sometimes virtual) learning community built around a practice. It is passion-based learning, intrinsically motivated by either wanting to become a member of a particular community of practice or by just wanting to learn about, make, or perform something. Often the learning that transpires is informal rather than formally conducted in a structured setting. Learning occurs in part through a form of reflective practicum, but in this case the reflection comes from being embedded in a social milieu supported by both a physical and virtual presence, and by both the amateur and the professional practitioner.


In lijn van paragraaf 4.1, waar over de groep gitaristen als een sociale beweging werd gesproken, lijkt deze beschrijving van Brown prima aan te sluiten bij educatieve gitaarfora. Hierin worden amateurs en meer professionele gitaristen door elkaar aangesproken en onderwezen waardoor intrinsieke motivatie aanwezig lijkt. Door een verkeerde tabulatuur kan een gitarist die het beter denkt te weten uitgelokt worden zijn of haar interpretatie te delen. De manier waarop deze stimulans plaatsvindt lijkt dus te maken te hebben met de mediumspecifieke eigenschappen van online gitaareducatie. Zonder die genetwerkte communicatie waren beide gitaristen waarschijnlijk niet met elkaar in contact gekomen. Om hier beter een beeld van te krijgen en te begrijpen wat dit betekent voor de docent en student, lijken recente inzichten van educatieve videogames bruikbaar omdat ze een parellel lijken te vertonen met online gitaareducatie.


Door de onderliggende procedures wordt een gamer zich bewust van de regels van de spelwereld waardoor hij of zij leert hoe het spel gespeeld dient te worden. Hoe dit met online gitaareducatie correspondeert, zal na een korte beschrijving over het functioneren van deze procedurele representaties nader worden besproken.


Vlak na de Tweede Wereldoorlog gaf Dorothy Sayers een lezing in Oxford over “The Lost Tools of Learning”. Ze argumenteerde dat het onderwijs gefaald heeft om kinderen te leren wat het meest belangrijk is. In plaats van hen met onderwerpspecifieke inhoud bezig te houden, moet studenten eerst geleerd worden hoe ze leren. Ze wees op de Middeleeuwse methoden van educatie die bestonden uit de op Aristoteles gebaseerde trivia: grammatica, dialectiek en retorica. In een gemoderniseerde versie stelt Sayers voor om specifieke onderwerpen te doceren aan de hand van abstracte benaderingen. Als voorbeeld bespreekt ze de Latijnse taal als een gestructureerde mentale oefening. Vanuit deze manieren van denken over educatie waarbij grammaticale bouwstenen, waarheden bediscussiëren en overtuigingstechnieken centraal staan, trekt videogamewetenschapper Ian Bogost een paralel met bijvoorbeeld het programmeren van computertalen zoals Java of C.


Latin, C, and other language systems share basic properties. Languages impose internally checked compositional rules, which in turn produce the possibility space for expressive output. The languages themselves thus enforce a procedural rhetoric in each of their created artefacts: rules of syntax, grammar, composition, and so forth from the foundation of what is possible to say or execute in a natural or computer language.


Volgens Bogost zou een behaviorist hierover zeggen dat Latijn handig is voor het leren van klassieke talen en C voor het leren van programmeren. Een constructivist zou kunnen zeggen dat zowel Latijn als C bruikbaar kan voor het leren van logica en syntax. Bogost wijst vooral op de procedurele aspecten en de manier waarop processen namelijk samen komen om betekenissen te creëren. Hij ziet deze als een mogelijke brug tussen ‘the abstraction-poor behaviourist approach and the subject-poor constructivist approach’.


De manier waarop Bogost dit perspectief over leren inzet bij het denken over het effect van leren via computergames is door te erkennen dat de procedurele representaties van videogames meestal interactief zijn. Dit betekent dat de gebruikerinteractie een mediërende rol vervult op een manier die ontbreekt bij statische en bewegende beelden. In procedurele representaties zoals videogames onderzoekt de ‘speler’ hoe de processen van het spelsysteem werken. Hij of zij verkent de grenzen van de spelruimte en kijkt wat en tot waar de regels deze verkenning toelaten. Wanneer een spel lastig is om te spelen, dan is het lastig om de werkende processen in het spel en de mogelijke vrijheden die het biedt te begrijpen. Als gevolg hiervan meent Bogost dat ‘we can become procedural literate through play itself’.


De mogelijkheid tot participatie bij Youtube-filmpjes met gitaarlessen en bij diverse tabulatuurfora, lijken op een vergelijkbare wijze een mediërende rol voor de online gitaarleerling te vervullen. Deze gitaar’speler’ onderzoekt hoe de processen van het muziekspelsysteem werken door kritisch en spelenderwijs de grenzen en regels van de ‘spel’ruimte te verkennen. Hierbij stelt de spelruimte het zelf geven van gitaarles voor en corresponderen de regels met bijvoorbeeld de regels van de muziektheorie. Hierdoor wordt een online gitaarleerling op een vergelijkbare wijze geschoold in de gitaarlesmaterie door bijvoorbeeld een tabulatuur een forum of een video op YouTube van commentaar te voorzien of door zelf les te geven middels het plaatsen van een eigen tabulatuur.


Een dergelijke participerende gitarist, die zich kritisch uitlaat over een tabulatuur of educatieve gitaarvideo -, illustreert de veranderingen waar Brown in 3.1 over sprak: (A) informatienavigerende geletterdheid, (B) onderzoekende leerstijl, (C) creatievere manier van redeneren en (D) proberende handelingshouding. Daarnaast laat deze kritische ‘ideale gitarist’, om met de woorden van Benkler uit 4.1 spreken, ook zien te beschikken over de verschillende in 1.1 besproken typen kennis (i-iv) en de laatste twee in 1.2 besproken cognitieve processen (e) evalueren en (f) creëren. Wel zal hierbij altijd het achterliggende ‘perspectief op muziek’, zoals in 1.1 werd besproken, in acht moeten worden genomen. Wanneer een gitaarleerling de (I) esthetische kant van muziek wil leren, of juist meer geïnteresseerd is de (II) symbolisch waarde, de (III) praktische handelingen, de (IV) ervaring van het muziek maken of bijvoorbeeld (V) de muziek wil inzetten voor bepaalde doeleinden (agency), dan zal één ‘versie’ van een tabulatuur of video niet voor al deze doeleinden geschikt blijken. Een ander perspectief op muziek vereist een ander tabulatuur of video. Er zal rekening gehouden moeten worden met bijvoorbeeld de verschillende contexten van de speler en zijn of haar interpretatie van de tabulatuur of video.


4.4 Algehele conclusies


Om het totaalbeeld te krijgen van de implicaties van ‘gitaarles 2.0’, spelen uiteenlopende factoren een belangrijke rol. Allereerst zal duidelijk moeten zijn welke opvatting de docent of student heeft over muziek. Dit perspectief is namelijk van invloed op de bepaling van de soort kennis of ervaring die aan de student wordt gedoceerd. Vervolgens gaat iedere student door een aantal cognitieve fasen van leren, ongeacht de kennis die wordt aangeleerd. Vergelijkbaar hiermee geldt dat bij de docent rekening moet wordt gehouden met zijn of haar educatieve perspectief en met zijn of haar diverse persoonlijke en contextuele factoren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de educatieve competenties van de docent en de invloeden van diverse beleidsreguleringen.


Veel van deze factoren zijn door de technologisering beïnvloed en hebben daardoor de gitaareducatie, het doceren en studeren veranderd. Zowel de gitaardocent als de –student hebben meer vrijheden gekregen om te doceren of te studeren door onder andere de groeiende interactie met zijn of haar instrumentarium. Denk hierbij niet alleen aan diverse nieuwe technologische gemakken zoals nieuwe elektronische snufjes bij gitaren, versterkers en randapparatuur, maar ook aan de mogelijkheden van het mondiaal kunnen delen van gedigitaliseerde muziek en educatieve tabulatuur of video’s.


Door deze ontwikkelingen, waarbij muziek als fysiek object verdwenen lijkt,  zijn ook de verhoudingen tussen de muziekindustrie en haar consumenten veranderd. Oude media botsen met nieuwe media in hun opvattingen over hoe omgegaan dient te worden met de nieuwe mogelijkheden voor de productie, distributie en consumptie van gitaareducatief materiaal. Dit gebeurt doordat aan de ene kant de oude media nog te weinig gebruik maken van nieuwe economische principes om bepaalde nichemarkten aan te kunnen spreken. Aan de andere kant lijkt de nieuwe convergente mediacultuur bepaalde onderdelen van de populaire cultuur te herclaimen als een soort van cybernetische versie van de oude folkcultuur, toen ook op een participerende wijze culturele producten werden geproduceerd en geconsumeerd door gebruik te maken van een extension of man.


De toekomstige ontwikkelingen op het gebied online gitaareducatie zullen door zogenaamde web 3.0-invloeden, de genoemde vrijheden voor de consument en spanningen met de muziekindustrie alleen nog maar vergroten. De hybride, semantische en intelligente technologische systemen zullen samengaan met persoonlijk data. Hierdoor zal de toegang tot en omgang met online gitaareducatie nog eenvoudiger worden,  waardoor het gebruiksgemak zal groeien. Online gitaareducatie zal niet beperkt blijven tot enkel het verkrijgen van data (data mining) maar zal door middel van persoonlijke metadata, die door technologische systemen wordt geanalyseerd, omgezet worden tot persoonlijke gitaareducatie met aanbevelingen.


Naast deze nieuwe technologische gemakken zal de nieuwe generatie gitaarstudenten zich gemakkelijk een weg banen door die enorme berg data van online gitaareducatief materiaal die de komende jaren door de participatiecultuur zal worden gecreëerd. De informatienavigerende geletterdheid en creatieve onderzoekende manier van leren, redeneren en handelen die gitaarstudenten in de afgelopen jaren bij allerlei ICT-ontwikkelingen hebben opgedaan, heeft hen hiertoe uitgerust. Hierdoor zullen rijke leeromgevingen worden ontwikkeld, waarbij gitaarstudenten de mogelijkheid krijgen actief te participeren in een collectieve geparticipeerde grassroots gitaareducatie en in de constructie van hun eigen educatieve proces.


De woorden van McLuhan bijna een halve eeuw geleden lijken wel profetisch.


…electric automation unites production, consumption, and learning in an inextricable process. …/… Our education has long ago acquired the fragmentary and piece-meal character of mechanism. It is now under increasing pressure to acquire the depth and interrelation that are indispensable in the all-at-once world of electric organization. …/… the social and educational patterns latent in automation are those of self-employment and artistic autonomy.


Met de komst van Web-2.0 technologieën, lijkt de gitaareducatie zich te ontwikkelen tot een cybernetisch mondiaal georganiseerde socialisatie die niet alleen professioneel, maar ook steeds meer autonoom en – weer – informeler plaatsvindt.

Lees hieronder de volledige versie

Literatuur

Anderson, C. The Long Tail. Why the Future of Business is Selling Less of More. New York: Hyperion, 2006.

Auslander, P. “Looking at Records”, in The Drama Review, 45, 1, 2001.

Bannier, S. “The Musical Network 2.0 & 3.0”. IBBT-SMIT, VUB. 2009.

Barabási, Albert-László. Linked. How Everything Is Connected to Everything Else and What It Means for Business, Science, and Everyday Life. New York: Plume, 2003.

Barton, L. “Have the Arctic Monkeys changed the music business?” In The Guardian, 25 oktober 2005.

Barton, L.W.G.. The Neume Notation Project. Research in Computer Applications to Medieval Chant. University of Oxford. Versie 13 december 1999.

Benkler, Y. The Wealth of Networks. How Social Production Transforms Markets and Freedom. New Haven: Yale University Press, 2006.

Bishop, J. “Increasing participation in online communities: A framework for human–computer interaction”. In Computers in Human Behavior 23, 2007: p. 1881–1893.

Bogost, I. Persuasive Games: the expressive power of videogames. Cambridge, MA: MIT Press, 2007.

Bogt, T. ter en B. Hibbel et. al.. Wilde Jaren. Een eeuw jeugdcultuur. Utrecht: LEMMA, 2000.

Born, G. “On Musical Mediation: Ontology, Technology and Creativity”. In Twentieth-Century Music” Camebridge: University Press, 2005: p. 7-36.

Brown, J. S. “Learning in the Digital Age.” The Internet & the University: Forum 2001. Ed. Maureen Devlin Richard Larson and Joel Meyerson: Forum for the Future of Higher Education and EDUCAUSE, 2002: p. 65-91.

Brown, J. S. “New Learning Evironments for the 21st Century”. 2005.

Dahlberg, L. ‘The Internet and Democratic Discourse. Exploring the prospects of online deliberative forums extending the public sphere.’ In Information, Communication & Society 4:4 2001.

Dekkers, H. en W. Meijnen. “Onderwijs in de maatschappelijke context.” In N. Verloop en J. Lowyck (red). Onderwijskunde. Een kennisbasis voor professionals. Houten/Groningen: Wolters-Noordhoff, 2003: p. 15-61

Elliott, D. J. Praxial Music Education: Reflections and Dialogues. Oxford: University Press, 2005.

Frith, S. Performing rites. On the value of popular music. Cambridge: Harvard University Press, 1996.

Frith, S. “Music and Everyday Life”, in M. Clayton et al. (eds.), The Cultural Study of Music: a Critical Introduction. New York en Londen: Routledge, 2003.

Garland, E. & W. Page. “The Long Tail of P2P”. In Economic Insight PRS for Music Issue 14/05 2009.

Granovetter, M.  “The Strength of Weak Ties. A Network Theory Revisted.” In Sociological Theory, Volume 1, 1983: p. 201-233.

Howe, J. “The Rise of Crowdsourcing” in Wired 14.06, 2003.

Hunt, K. “Copyright and YouTube. Pirate’s Playground or Fair Use Forum?” In 14 Mich. Telecomm. Tech. L. Rev. 197, 2007.

Iglesias, C. et.al. “A Multilingual Web-bases Educational System for Professional Musicians”. Formatex 2006.

Jenkins, H. Convergence Culture. Where Old and New Media Collide.  New York: University Press, 2006.

Jong, Ton de, et. al. “ICT in het onderwijs”. In N. Verloop en J. Lowyck (red). Onderwijskunde. Een kennisbasis voor professionals. Houten/Groningen: Wolters-Noordhoff, 2003: p. 331-373.

Jorgensen, E. R. Transforming Music Education. Bloomington en Indianapolis: Indiana University Press, 2003.

Klopfer, E. Augmented Learning. Research and Design of Mobile Educational Games. Camebridge, Massaschusetts: The MIT Press, 2008.

Koopman, Constantijn. “The Nature of Music and Musical Works”. In David Elliott Praxial Music Education: Reflections and Dialogues. Oxford: University Press, 2005.

Krathwohl, D.R. “A Revision of Bloom’s Taxonomy: An Overview.” In Theory Into Practice, Volume 41, 4, 2002.

Lessig, L. Free Culture: The Nature And Future of Creativity. New York: Penguin Books, 2004.

Lister, M. et al. New Media: A Critical Introduction, Londen: Routledge, 2003.

Lowyck, J. en J. Terwel. “Ontwerpen van leeromgevingen.” In N. Verloop en J. Lowyck (red). Onderwijskunde. Een kennisbasis voor professionals. Houten/Groningen: Wolters-Noordhoff, 2003: p. 285-328.

McLuhan, M. Understanding Media. The Extensions of Man. London: Routledge Classics, 1964-2003.

McNair, B. Cultural Chaos: Journalism, news and power in a globalised world. New York: Routledge, 2006.

O’Reilly. “What Is Web 2.0: Design Patterns and Business Models for the Next Generation of Software”.  2005a. 28 oktober 2007.

Pieters, J. M. en L. Verschaffel. “Beïnvloeden van leerprocessen”. In N. Verloop en J. Lowyck (red). Onderwijskunde. Een kennisbasis voor professionals. Houten/Groningen: Wolters-Noordhoff, 2003: p. 251-284.

Ramírez de la Piscina, T. “Social movements in the public sphere. New forms of communication arise and transgress old communication codes”. Universidad del País Vasco. Juni 2007.

Regout, E.R.H. “Wet van 23 september 1912, houdende nieuwe regeling van het auteursrecht”. In Overheid.nl. De wegwijzer naar alle informatie en diensten van alle overheden. 5 oktober 1912.

Roggeveen, H. ‘Anouk plukte band op YouTube  bijeen’. NLpop.blog.nl. 4 december 2007

Schippers, H. “As if a little bird is sitting on your finger…” Metaphor as a key instrument in teaching and learning music. In International Journal of Music Education, Vol. 24, No. 3, 2006: p. 209-217.

Simon, J.R. “Why Copyright Should Save Guitar Tablatures.” In Arizona Law Review, Volume 50, 2, 2008.

Squire, Kurt. “Game-Based Learning: Present and Future State of the Field. An XLearn Perspective Paper.” In The MASIE Center: e-Learning Consortium. Februari 2005.

Verkade, T. “Geachte redacteurs, harteluchters, kattebellers en reactors.” In nrc.next 30 maart 2009.

Waters, Tara Lynn. “Gimme Shelter: Why the Courts Can’t Save Online Guitar tablature, but the Music Publishing Industry Can (and Should).” In Fordham Intellectual Property, Media & Entertainment Law Journal. Vol. XVIII Book 1, 11/0/2007.

Wiley, D.A. en E. K. Edwards. “Online self-organizing social systems: The decentralized future of online learning.” In Open Educational Resources Commons (z.j.).

Wu, Min en K.J. Ray Liu. ‘An Interactive and Team Approach to Multimedia Design Curriculum.’ In IEE Signal Processing Magazine. 2005.

14 antwoorden
  1. arijjan
    arijjan zegt:

    Beste Meindert,

    Vind je het interessant om de avond van 3 december landelijke beleidsmakers amateurkunst en participatie cultuur te laten zien hoe muziek educatie zich ontwikkelt in de context van de netwerkmaatschappij? Ik denk aan een combi van een performance en of presentatie, gezamenlijk met blender,scratch, disposable video, en twitter poeten?

    Groetjes aj

    Beantwoorden

Trackbacks & Pingbacks

  1. […] mijn masterscriptie Gitaarles 2.0 onderzocht ik de gevolgen van Web 2.0-ontwikkelingen bij gitaareducatie. Voordat ik dieper inging […]

  2. […] mijn masterscriptie Gitaarles 2.0 onderzocht ik de gevolgen van Web 2.0-ontwikkelingen bij gitaareducatie. Voordat ik dieper inging […]

  3. […] mijn masterscriptie Gitaarles 2.0 onderzocht ik de gevolgen van Web 2.0-ontwikkelingen bij gitaareducatie. Voordat ik dieper inging […]

  4. […] mijn masterscriptie Gitaarles 2.0 onderzocht ik de gevolgen van Web 2.0-ontwikkelingen bij gitaareducatie. Voordat ik dieper inging […]

  5. […] mijn masterscriptie Gitaarles 2.0 onderzocht ik de gevolgen van Web 2.0-ontwikkelingen bij gitaareducatie . Voordat ik dieper […]

  6. […] Met andere woorden, wat is muziek? Zoals ik in dit artikel al schreef (en nog eerder in mijn MA-scriptie over gitaareducatie), onderscheidt Estelle Jorgenson vijf perspectieven op muziek. Muziek als […]

  7. […] perspectieven die je op muziek kunt hebben. Zoals ik in dit artikel al schreef (en nog eerder in mijn MA-scriptie over gitaareducatie), zijn er namelijk zeker zes perspectieven op muziek […]

  8. vrij-natuurlijk schreef:

    ADHD en School: Hoe beoordeel je wat normaal is in een abnormale omgeving?…

    Dit artikel is gelinkt vanaf mijn blog | This article has been linked from my blog…

  9. vrij-natuurlijk schreef:

    Waarom scholen zijn zoals ze zijn: Krachten tegen fundamentele verandering…

    Dit artikel is gelinkt vanaf mijn blog | This article has been linked from my blog…

  10. vrij-natuurlijk schreef:

    Just-so stories: het bewijs achter regulier onderwijs…

    Dit artikel is gelinkt vanaf mijn blog | This article has been linked from my blog…

  11. […] In de Verenigde Staten wordt steeds vaker gebruik gemaakt van iPods in de klas. Bepaalde lesactiviteiten zoals spelling en wiskunde worden vaak als saai bestempeld. De allure van Apple’s iPod Touch blijkt veel leerlingen een stuk enthousiaster te maken bij deze saaie lessen. Ook durven verlegen kinderen nu via het WiFi-netwerk in de klas eerder te reageren op de vraag van de leraar. Naast een vergroot enthousiasme en het tegengaan van verlegenheid, wordt met name de snelheid waarmee nieuwe dingen worden aangeleerd geroemd. Slimme leerlingen leren nu bijvoorbeeld sneller in hun eigen tempo. Geïnteresseerden die hierover verder willen lezen, wijs ik op paragraaf 4.3 ‘Educatieve Implicaties’ van mij master scriptie ‘Gitaareducatie 2.0’. […]

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *