Online Gitaareducatie: Geletterdheid en Netwerken

In mijn masterscriptie Gitaarles 2.0 onderzocht ik de gevolgen van Web 2.0-ontwikkelingen bij gitaareducatie. Voordat ik dieper inging op allerlei technologische ontwikkelingen, vond ik het belangrijk om eerst even stil te staan bij de manier waarop een docent of student naar muziek kijkt, oftewel wat is iemands ‘Perspectief op muziek‘?

Daarnaast vond ik het essentieel om ook de basale eigenschappen van leren en van doceren in kaart te brengen, de context van de maker én van de luisteraar te benoemen en enkele historische de veranderingen in het musicerenluisteren en consumeren te schetsen.

Daaruit bleek dat technologische veranderingen de manieren van muziek maken, luisteren en consumeren grondig hebben veranderd. Naast deze technologische veranderingen dragen cultuureducatieve alteraties ook bij aan een evolutie van de gitaareducatie.

Videogamewetenschapper Ian Bogost ziet door de huidige netwerksamenleving een omslag in de manier van leren.

“There may be powerful ways to blur the distinction between formal and informal learning, where both the formal and the informal turn on the social life of learning. …/… In the networked age, this approach might provide a way to both improve education and set the stage for a culture of learning.”

Educatiewetenschapper op het gebied van communicatie en technologie Kurt Squire meent dat tot nu toe bij e-learning de aandacht voornamelijk nog uitgaat naar het digitaal maken van educatief materiaal .

“In short, many e-Learning leaders recognize that publishing content online is not synonymous with making learning accessible, or actually ensuring learning. E-Learning educators have focused too much on the “e” – making content electronic (or more accurately, digital) – and not enough on the learning – creating technology enhanced experiences designed to change future understanding and performance.”

Volgens Squire is het dus tijd om meer nadruk te leggen op al die andere facetten van het leren en met name de invloed die technologie hierop heeft. De verschillende nieuwe manieren van educatie, die door de komst van nieuwe technologie mogelijk zijn geworden en van belang zijn voor het begrijpen van online gitaareducatie, zullen in de komende paragrafen worden besproken.

Door de opkomst van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en het veelvuldig gebruik daarvan, laten volgens Brown veranderingen zien in iemands geletterdheid, manier van leren, redeneren en handelen.

Door de ontwikkeling van een (A) tekstuele geletterdheid naar een multimediageletterdheid worden multimediale teksten gemakkelijker begrepen. Digitaal communicerende studenten hebben hun eigen spreektaal ontwikkeld waardoor zij zichzelf uitdrukken en kunnen communiceren door (bewegende) beelden, geluid en andere media. Het navigeren met en binnen deze media ziet Brown als het belangrijkste element bij deze nieuwe vorm van geletterdheid. Daarnaast is er een verschuiving van de (B) op autoriteit gebaseerde educatie naar een meer ontdekkingsgericht model. Wanneer leerlingen bijvoorbeeld over het internet surfen ontdekken zij constant nieuwe dingen waarbij leren en entertainment samengaan tot zogenaamd ‘infotainment’ of ‘edutainment’. Dit resulteert in een – derde (C) – verandering in de manier van redeneren waardoor de verkregen kennis en informatie tot eigen transformaties en creaties leiden. Dit vermogen om (D) nieuwe dingen uit te proberen zonder een handleiding te raadplegen, illustreert de vierde verandering om in situ met en van elkaar te leren; dus zowel sociaal als cognitief.

Uit de analyse van Brown blijken diverse educatieve elementen door elkaar heen te lopen. Het navigeren met en binnen nieuwe media als een nieuwe geletterdheid, illustreert elementen van de in 1.1 besproken gereviseerde taxonomie van Bloom. De vier basiscategorieën van de kennisdimensie – (i) feitelijke, (ii) conceptuele, (iii) procedurele en (iv) metacognitieve kennis – en de dimensies van cognitieve processen; remember, understand, apply, analyze, evaluate, create, lijken in het cybertijdperk zich meer richting de ‘eindfasen’ van deze dimensies te bewegen. De verschuivingen in het redeneren bevatten meer metacognitieve aspecten en er lijkt meer nadruk op het zelf creëren te liggen. Naast deze implicaties aan de leerzijde zijn er ook gevolgen voor de manier van doceren.

Educatie door middel van netwerken biedt oplossingen voor het probleem van de teacher bandwidth. Dit is het probleem van hoeveel leerlingen een docent kan bedienen in een online leeromgeving. Een één-op-één instructiemodel is het meest wenselijk maar om economische redenen niet haalbaar. Daarom lijken intelligente instructiesystemen een uitkomst te bieden voor grootschalige online leeromgevingen. Door het gebrek aan menselijke interactie en onderhandelingen kan er echter vaak geen betekenisvolle educatie plaatsvinden. Wiley en Edwards bespreken een alternatief voor de instructiemodellen van ‘docent-ondersteunt-leerling’ of ‘geautomatiseerd–systeem- ondersteunt-leerling’, namelijk de ‘studenten-ondersteunen-elkaar’ optie. De door hen besproken ‘online self-organizing social systems’ (OSOSS) zijn bepaalde soorten software-infrastructuren die meestal web gebaseerd zijn met een hoge mate van gedecentraliseerd management. Hierdoor kunnen in grote getale individuen door middel van gedecentraliseerde zelforganisatie bepaalde problemen oplossen en andere doelen bereiken.

Enkele voorbeelden in de volgende paragraaf illustreren dit en laten verder een versmelting zien van de in 1.3 besproken leeromgevingen -informatie-, doe- en interactieomgevingen – waarbij het ging om het presenteren van informatie, het samenwerkend leren en het aanleren van motorische vaardigheden. Bij het prosumeren van gitaareducatie op internet komen al deze aspecten aan bod.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *