Muzikale praktijken en muziekkennis bij muziekeducatie

In mijn masterscriptie Gitaarles 2.0 onderzocht ik de gevolgen van Web 2.0-ontwikkelingen bij gitaareducatie. Voordat ik dieper inging op de verschillende technologische ontwikkelingen, vond ik het belangrijk eerst even stil te staan bij de manier waarop een docent of student naar muziek kijkt, oftewel wat is iemands ‘Perspectief op muziek‘? Daarnaast vond ik het essentieel om ook de basale eigenschappen van leren en van doceren in kaart te brengen. Wanneer je muziek(-educatie) voornamelijk als een praktische activiteit ziet, dan heb je te maken met de context van de maker én van de luisteraar.

Muzikale Praktijken

Muziekpedagoog David Elliott ziet muziek als een activiteit als een ervaring die zelfs voornamelijk gezamenlijk opereren. Het musiceren én luisteren staan centraal, maar het onderscheid tussen muziekwerken, de uitvoering ervan in een bepaalde periode en de relatie met historische standaarden dient ook in acht genomen te worden.

Musical products – performances, improvisators, compositions, and arrangement – are enmeshed in and derive their nature and significance from their contexts of creation and use. Even the structural details of musical patterns (melodies, harmonies, and so on) owe their characteristic features to the reflections of music makers who work at particular times in the history of their musical cultures. Works of music are, therefore, artistic-cultural constructions, and our personal acts of music listening involve complex cognitive-affective construction processes that also operate in relation to our sociocultural beliefs.

Elliott ziet muzikale praktijken als een combinatie van de creatie van muziek (het muzikantschap) en tegelijkertijd de receptie van deze geluidsgebeurtenis (het luisteraarschap). Hij onderscheidt bij beide vier dimensies. Het (1) musiceren door de (2) muzikant die bepaalde (3) muziek vervaardigt in een bepaalde (4) context van musiceren voor een (6) luisteraar die zal (5) luisteren naar de voortgebrachte (7) klanken in een bepaalde (8) luistercontext. Musiceren en luisteren zijn dus contextgevoelig en gesitueerd. Het muzikantschap en luisteraarschap bieden zo een rijke vorm van procedurele kennis en zijn volgens Elliot zelfs verheven boven verbale kennis van muziek. Het is evident dat het muziekonderwijs met al deze aspecten rekening dient te houden.

Muziekkennis

Een onderzoeksgroep onder leiding van Benjamin S. Bloom schreef in begin jaren ’50 van de vorige eeuw de “Taxonomy of Educational Objectives”. Om vast te stellen wat een leerling precies moet leren door middel van een gegeven instructie, werd dit raamwerk met leerdoelen bedacht. Door de jaren heen zijn hierop allerlei curricula, leerdoelen, educatieve objecten en educatieve praktijken gebaseerd. In 2001 kwam er een volledig gereviseerde versie met een aantal verbeteringen. Een belangrijke verandering bij deze gereviseerde taxonomie was het onderscheid tussen een ‘kennisdimensie’ en een dimensie van ‘cognitieve processen’. Deze dimensie met cognitieve processen zal in 1.2 verder worden beschreven omdat deze te maken heeft met de manier van leren.

De kennisdimensie van die gereviseerde taxonomie beschrijft vier categorieën. Onder de (i) ‘feitelijke kennis’ wordt kennis van terminologie en specifieke details van een bepaald onderwerp verstaan. Een gitarist zal bijvoorbeeld kennis van akkoordsymbolen, drieklanken of toonladders moeten hebben. Het begrip dat bijvoorbeeld drieklanken kunnen worden opgebouwd vanuit verschillende toonladders, is dan (ii) ‘conceptuele kennis’. Dit zijn de relaties tussen basiselementen die onderdeel zijn van een grotere structuur. Ofwel de kennis van categorieën, theorieën, modellen, structuren etc. De (iii) ‘procedurele kennis’ is de manier waarop bepaalde methoden of technieken dienen te worden gebruikt, zoals bijvoorbeeld het kunnen spelen van deze akkoorden en toonladders. De laatste categorie van de kennisdimensie is het zelfbewustzijn van een gitarist dat hij of zij bepaalde akkoorden of toonladders wel of niet kan spelen. Deze (iv) ‘metacognitieve kennis’ bevat strategische en contextuele kennis, maar ook zelfkennis en dat blijkt steeds vaker een belangrijke factor spelen.

In de volgende blogpost over Gitaareducatie 2.0 zullen de veranderingen in het musiceren aan bod komen.

Geen zin om te wachten? Lees dan hier mijn volledige masterscriptie Gitaarles 2.0.

 

 

1 antwoord

Trackbacks & Pingbacks

  1. […] het essentieel om ook de basale eigenschappen van leren en van doceren in kaart te brengen en de context van de maker én van de luisteraar te benoemen. In deze blogpost herpubliceer ik paragraaf 1.3 van mijn scriptie over de veranderingen […]

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *